Onder TTIP wordt alles vloeibaar

Onder TTIP wordt alles vloeibaar

Om beleidsvrijheid van overheden beter te garanderen, wil minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking het internationale investeringsrecht moderniseren. Een nobel streven, maar de voorstellen die ze hiervoor doet zijn volstrekt ontoereikend, vinden Roos van Os (SOMO), Pietje Vervest (TNI) en Burghard Ilge (Both ENDS) en Geert Ritsema (Milieudefensie). Bovendien lijkt ze met het oog op handelsverdragen met de VS (TTIP) en Canada (CETA) – vooralsnog vooral gericht op de belangen van Nederland en Europa. Dit terwijl landen in Oost Europa en ontwikkelingslanden al vele decennia worden geconfronteerd met de dure en dwingende gevolgen van reeds bestaande Nederlandse investeringsverdragen. In het kader van beleidscoherentie voor ontwikkeling zou de minister moeten streven naar een radicale herziening van het Nederlandse bilaterale verdragennetwerk. Duurzame ontwikkeling en de bevordering van mensenrechten dienen hierin centraal te staan.

Een kort berichtje afgelopen week in de krant: minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking stelt samen met vijf collega-sociaaldemocraten – allen Europese ministers – voor het internationale investeringsrecht te moderniseren. Dat is hard nodig. Op dit moment worden buitenlandse investeerders vergaande eigendomsbescherming geboden, die op gespannen voet staat met uiteenlopende maatschappelijke belangen. Investeerders die menen last te hebben van gewijzigd overheidsbeleid kunnen op basis van zogenaamd Investor to State Dispute Settlement, kortweg ISDS, miljarden van een staat claimen. Daarvoor hoeven ze niet – zoals gebruikelijk bij andere vormen van internationaal recht zoals mensenrechten – eerst de nationale rechtsmiddelen uit te putten. Vaak gaat het om nieuwe milieuwetgeving of maatregelen ter verbetering van de volksgezondheid of de financiële stabiliteit.

Een paar voorbeelden. Sigarettenfabrikant Philip Morris eist 2 miljard dollar van Uruguay omdat het land gezondheidswaarschuwingen op sigarettenpakjes wil zetten. Duitsland heeft als gevolg van de kernenergieramp in Fukushima besloten om kernenergie uit te faseren en duurzame energie te promoten. Energiereus Vattenval heeft vervolgens Duitsland voor bijna 4.8 miljard euro aanklaagt. Bovendien hebben dergelijke schadeclaims een afschrikkende werking. Onder dreiging van ISDS-claims heeft Indonesië buitenlandse bedrijven uitgezonderd van maatregelen om mijnbouw in kwetsbaar regenwoud aan banden te leggen.

Nederland leert een les … waar andere landen, dankzij Nederland, al lang bekend mee waren

Momenteel vinden er onderhandelingen plaats over TTIP, het vrijhandelsverdrag tussen de EU en de VS. De onderhandelingen over het handelsverdrag met Canada zijn formeel afgesloten. Beiden bevatten vergaande ISDS clausules. Daarmee is de kans dat Nederland in de nabije toekomst wordt aangeklaagd voor het voeren van publiek beleid opeens aanzienlijk toegenomen. Dit besef heeft veel in beweging gebracht, waaronder pittige debatten in de Tweede Kamer en een door minister Ploumen mede geïnitieerd onderzoek naar de gevolgen van ISDS voor Nederland. Het is belangrijk om te beseffen dat ontwikkelingslanden al vele decennia worden geconfronteerd met de dure en zeer dwingende gevolgen van investeringsverdragen. Nederlandse bilaterale verdragen spelen hier een belangrijke rol in, zo beschrijft een onlangs gepubliceerd onderzoek, van TNI, SOMO, Milieudefensie en Both ENDS, over de gevolgen van Nederlandse investeringsverdragen(Socialising losses, privatising gains: How Dutch investment treaties harm the public interest, januari 2015).  

Jaarlijks loopt er een onwaarschijnlijke 4.000 miljard euro aan buitenlandse investeringen door Nederland, waarvan 80 procent voor rekening komt van brievenbusbedrijven, zo beschrijft dit onderzoek. Dit is het gevolg van actief beleid van de Nederlandse overheid. Een belangrijke pijler in dit investeringsbeleid is het brede scala aan investerings- en belastingverdragen. De negatieve gevolgen hiervan, zoals belastingontwijking, torenhoge schadeclaims en onwenselijke inperking van beleidsruimte, komen over het algemeen voor de rekening van de verdragspartij. De circa 100 huidige Nederlandse investeringsverdragen zijn geschreven in het belang van investeerders, zonder dat hier enige sociale- of milieurechten van betekenis tegenover staan. Na de verdragen van de VS worden Nederlandse investeringsverdragen het meest frequent (meer dan 60 keer bekende zaken tot nu toe) ingeroepen om andere landen aan te klagen, soms voor vele miljarden euro’s. Het merendeel van de bedrijven dat gebruik maakt van Nederlandse verdragen zijn brievenbusmaatschappijen (meer dan 75%). Geconfronteerd met de inbreuk die BIT’s en het ISDS-principe maken op beleidsvrijheid, zei Indonesië, net als bijvoorbeeld Zuid-Afrika, zijn BIT’s met verschillende landen op. De verdragen met Nederland sneuvelden, niet geheel toevallig, als eerste.

Waar zet minister Ploumen op in en waarom is dit onvoldoende voor een eerlijk systeem?

In ‘Improvements to CETA and beyond: Making a milestone for modern investment protection’ beschrijft minister Ploumen met haar collegae, principes die volgens hen ten grondslag moeten liggen aan het internationale investeringsrecht. Het streven is om hierin geen enkele concessie te doen aan de beleidsvrijheid van overheden en de rechtsgelijkheid tussen buitenlandse en binnenlandse investeerders te garanderen. Om deze principes te borgen zijn er vergaande hervormingen nodig. Helaas zijn de concrete voorstellen die de minister doet hiervoor volstrekt onvoldoende.  Wat betreft de beleidsvrijheid, ook in de nieuwe voorstellen is deze onvoldoende zijn gegarandeerd. Investeerders krijgen nog steeds een ongekende mate van bescherming in investeringsverdragen. Dit gaat veel verder dan de rechtsbescherming die het Nederlandse recht biedt. Een groep van 120 vooraanstaande wetenschappers heeft hierover de noodklok geluid. Zestellen dat de huidige CETA tekst “Fails to protect the ‘right to regulate’ as a general right of states alongside the many elaborate rights and protections of foreign investors.” Ook blijft toegang to deze verdragen alleen toegankelijk voor buitenlandse investeerders, alle andere groepen in de samenleving worden er van uitgesloten. Bovendien ook in de nieuwe voorstellen hoeven bedrijven zich niet eerst tot het nationale recht te wenden en blijven 3 commerciële arbiters de beslissingen nemen in plaats van onafhankelijke rechters.

Met het instellen van een permanent hof wil de minister onpartijdigheid en belangenconflicten van arbiters, inderdaad een groot probleem in het huidige stelsel, oplossen. De voorstellen – een gedragscode en een rooster van vaste arbiters –moeten de basis zijn voor toekomstige verdragen wereldwijd. Dit zijn kleine stapjes in de goede richting. Maar ondanks deze maatregelen blijft het ISDS regime, eenzijdig systeem waarin slechts één partij zaken aanhangig kan maken, vrijwel onverkort in stand.   

Beleidscoherentie

Het voorkomen dat beleid op het ene terrein, ontwikkelingsdoelen op andere terreinen ondermijnt –beleidscoherentie voor ontwikkeling – wordt door Nederland erkend als voorwaarde voor een effectief ontwikkelingsbeleid. In het kader van beleidscoherentie, zou een herzien investeringsbeleid niet gericht moeten zijn op de bescherming van investeringen pur sang, maar op de bevordering van duurzame investeringen en mensenrechten. Investeringen en economische groei zijn middelen, geen doelen op zich. In de aanpak van Nederland ten aanzien van haar bilaterale investeringsverdragen (verdragen die NL afsluit met andere, veelal OS, landen, zien we hier weinig van terug. Het huidige modelverdrag, dat de basis vormt voor onderhandelingen, stamt uit 2003 en staat, op zijn zacht gezegd, op gespannen voet met de kritische beschouwingen en aanbevelingen van minister Ploumen en haar collega’s. Het biedt excessief veel bescherming voor investeerders zonder enige rekenschap te geven aan andere belangen. Op geen enkele manier is de aanpak van Nederland in de afgelopen drie decennia in overeenstemming met de huidige positie van minister Ploumen ten aanzien van ISDS. Terwijl er officieel nog steeds onderhandelingen plaatsvinden en verdragen stilzwijgend worden verlengt, op basis van het oude model!

Bovendien staat tegenover de huidige vergaande, harde en via ISDS afdwingbare rechten, boterzachte plichten voor investeerders, die in vrijblijvende (’soft law’) kaders zijn uitgewerkt. Het is wrang dat slachtoffers van mensenrechtenschendingen door multinationale ondernemingen nauwelijks tot geen toegang tot recht hebben, terwijl de huidige regels van het investeringsrecht vergaande afdwingbare rechtsbescherming bieden. Onder leiding van Ecuador en Zuid Afrika hebben een aantal landen een initiatief genomen om een internationaal bindend instrument op te stellen dat de activiteiten van transnationale bedrijven op het gebied van mensenrechten reguleert. De EU lidstaten, inclusief Nederland, hebben zich hier helaas tot nu toe fel tegen verzet. Een gemiste kans om straffeloosheid en toegang tot recht voor slachtoffers effectief te regelen.

Naar een nieuw investeringsmodel

Met onmiddellijke ingang zou minister Ploumen steun voor (een investeringhoofdstuk in) TTIP en CETA moeten intrekken. Bovendien worden de komende jaren veel van de huidige Nederlandse verdragen stilzwijgend verlengd. Dit biedt kansen! Het is van groot belang dat de minister proactief heronderhandelingen met verdragspartners initieert om te streven naar verdragen die duurzame investeringen bevorderen. Daarin dient ze lokale maatschappelijke organisaties te consulteren en in te zetten op de bescherming van mensenrechten. Niet het tot elke prijs beschermen van excessieve rechtsbescherming van investeerders.

Lees ook hier over TTIP en de effecten op ontwikkelingslanden

Gerelateerd